
1935
Ketting en inslag: witte fabriekskatoen. Borduurgaren: gemerceriseerde, wijnrode katoen (Hilo Vela). Techniek: combinatie van kettingrips (2-2) en gaasweefsel, in een vast patroon van 5 inslagen kettingrips - 1 inslag gaasweefsel - 3 inslagen kettingrips - 1 inslag gaasweefsel - 5 inslagen kettingrips enz. Op de schouder is het gaasweefsel gecombineerd met inslagrips. Onderzijde van de huipil is afgezet met borduurwerk, centraal (voor- en achterzijde) is een klein bloemmotief aangebracht. Onder de halsopening is in blauwe zijde - eveneens voor en achter - een kort balkje geborduurd met lange, gevlochten kwasten. De huipil bestaat uit twee geweven banen die aan elkaar zijn gezet.
Sign in to order prints, canvas, and more of this work. Browsing and full-resolution downloads stay free.