1810
Jak, katoen. Witte katoen, vrij hoge taille, rug met ruitvorm. Plat liggend kraagje, met strookje wit neteldoek met wit borduursel. Hooggesloten met een haak (ontbreekt) en oog. Langs sluiting fijne plooitjes, zich voortzettend in de lange schoot. Eveneens plooien op de heupen en achter in de taille. Midden achter in de taille een apart opgezet gerimpeld stukje. Opzij op de naad twee bandjes met haak en trens. Mouwen: Lange mouwen, diep in het rugpand gezet. Sluitend met bandje over de pols (ontbreekt aan linkermouw). Voering: voering en binnenlijfje van grof wit katoen.
Sign in to order prints, canvas, and more of this work. Browsing and full-resolution downloads stay free.